ENGARUKA, TANZANIA '05



 


Koken tussen koeien en geiten in Engaruka (3)

De rustdag in Babati heeft ons goed gedaan. Na het bezoek aan de rotstekeningen in Kolo voelden we ons net twee bejaarden. Alles deed zeer en het vele reizen van de voorgaande dagen begonnen we te voelen. En nu zitten we uitgerust weer in de bus met als einddoel Engaruka, een afgelegen Maasai dorp verder naar het noorden.

We hebben geen flauw idee of dat vandaag gaat lukken, maar we zien wel hoe ver we komen. Na een paar uur reizen komen we aan in Makunyuni. Het landschap heeft inmiddels een transformatie doorgemaakt. Hier geen overdadig groen maar een zanderige, kale en dorre vlakte met hier en daar hutjes van de Maasai. We hebben mazzel, want er staat precies een dalladalla klaar die richting Mto wa Mbu gaat, onze tweede stop onderweg naar Engaruka. We zitten knus tussen de Maasai en van hen leren we onze eerste woordjes Maasai.
EÚn van de nadelen van reizen met openbaar vervoer is dat het vreselijk lastig is om achter de juiste prijs voor de rit te komen. Al snel hebben we het idee dat we belazerd worden waar we bij zitten, want ÚÚn van de jongens probeert 3000 shilling per persoon te vragen voor de rit naar Mto wa Mbu. We twijfelen er sterk aan of hij echt de bijrijder is, omdat hij tegelijkertijd met ons instapte in Makunyuni. Aan onze medereizigers vragen we wat de echte prijs is voor de rit, maar niemand wil het zeggen. Alleen de Maasai naast Fleur fluistert "1000 shilling". Al snel gaat hij echter mee met de anderen, die er nu echt een spel van maken en de ÚÚn roept een nog hoger bedrag dan de ander. We blijven er sto´cijns onder en doen net of we echt de juiste prijs wel weten. En jawel, na tien minuten stapt de oplichter uit en direct barst de hele dalladalla in schatergelach uit! Van alle kanten krijgen we handdrukken en gaan er duimen de lucht in: we hebben het goed gedaan! Die gozer was de bijrijder dus inderdaad niet. Maar ondertussen speelden ze allemaal het spel mooi mee en we realiseren ons weer dat we echt helemaal niemand kunnen vertrouwen.

Al om 11 uur komen we aan in Mto wa Mbu, een rustig plaatsje waar alle activiteiten zich lijken te concentreren langs de doorgaande asfaltweg. Mto wa Mbu betekent 'rivier van muggen', maar deze blijkt gelukkig in geen velden of wegen te bekennen. De bus naar Engaruka is nog akelig leeg dus we gaan er vanuit dat het in ieder geval een paar uur zal duren voor we kunnen vertrekken. Safari-jeeps rijden af en aan. Toeristen kunnen hier even de benen strekken en worden afgezet in toeristenwinkeltjes voor belachelijk hoge prijzen. Wij zoeken een eettentje op en proberen zoveel mogelijk te eten, want we hebben geen flauw idee of er later op de dag nog ergens een serieuze maaltijd te krijgen is. We slaan water, bananen en koekjes in en dan begint het lange wachten.

Een uur of drie later zit de bus vol met in rode doeken gehulde Maasai en kunnen we vertrekken. De krijgers moeten hun enorme speren afstaan, ze mogen niet mee de bus in maar worden bovenop het dak vastgebonden. Er hangt een pikant luchtje in de bus, een mengelmoes van koeien en koeienstront. Naast mij in het gangpad zit een vrouw met een baby op schoot, ze tovert een grote kalebas onder haar doek vandaan en geeft het kindje wat geiten- of koeienmelk te drinken. We zitten voorin de bus en als we achterom kijken ontmoeten we tientallen ogen die ons verbaasd en nieuwsgierig aanstaren. Na een paar uur hobbelen stoppen we bij een plaatsje waar het vandaag marktdag is; van heinde en verre zijn Maasai hierheen gekomen om groente, fruit en kralen in te kopen. Al snel worden de twee wazungu in de bus opgemerkt en giechelende kinderen, starende krijgers en verbaasde vrouwen verdringen zich rond de bus om ons zo goed mogelijk te kunnen observeren. Mensen stappen in en uit en nieuwe passagiers staan eerst een paar seconden stil op het trapje van de bus zodra ze ons in het oog krijgen. We groeten hen in het Maasai en leren er meteen weer een paar nieuwe groeten bij.

Het landschap is onwaarschijnlijk mooi. Links van ons rijzen de hoge wanden van de Ngorongorokrater omhoog en aan de andere kant kijken we uit over een eindeloze vlakte waar Maasai hun vee laten grazen. Het loopt al tegen het einde van de middag als we een gestrande bus tegenkomen. We hebben geen flauw idee hoe ver het nog is naar Engaruka en we durven er niet van uit te gaan dat we daar voor donker aankomen. En helemaal niet als blijkt dat we pogingen gaan doen om deze bus te trekken! Met een kapotte bus achter ons aan hobbelend komen we nu nog langzamer vooruit. Inmiddels zijn we een gesprekje begonnen met een meisje achter ons, ze heet Laila. Ze vraagt of we al weten waar we gaan slapen in Engaruka. Het guesthouse dat vermeld staat in onze Rough Guide blijkt er volgens haar helemaal niet te zijn! Ai... wat moeten we nu? Laila blijkt een hartelijk meisje te zijn en ze zegt dat we wel in haar huis mogen slapen. We moeten dan wel op houtvuur koken en zelf water halen bij de rivier. Ze gaat morgen weer terug naar Arusha, maar ze vindt het geen probleem als wij een paar dagen in haar huisje wonen.

Als we een paar uur later -nÚt voor donker- aankomen in Engaruka neemt Laila ons mee het dorp in. Ik ben behoorlijk gaar van deze slopende dag en het lopen door het losse zand met een backpack op m'n rug kost me flink wat energie. De zon is net onder gegaan, maar het laatste vage schijnsel is nog net genoeg om de ronde hutten van de Maasai te kunnen onderscheiden. Hier en daar blaat een geit, een koe loeit en verraste kinderen slaken opgewonden kreetjes zodra ze ons in de gaten krijgen. Laila's huis blijkt een simpel lemen hutje in een boma te zijn. Ik ben uitgeteld en sta op instorten. Maar eerst moeten we water halen en groente, rijst, tomaten en brandhout op de markt kopen, die bestaat uit drie vrouwen die van alles een beetje verkopen. Als we terug zijn in de boma is het stikdonker. In een hutje die de stal blijkt te zijn koken we onze avondmaaltijd. Gretige kippen scharrelen tussen ons door en pikken de rijstkorrels van de grond en geiten en koeien kijken op een paar meter afstand toe. Ik zit nu echt tegen een hypo aan en ik val bijna flauw van de honger. Het is inmiddels negen uur en we hebben de hele dag nog geen serieuze maaltijd op!

Rijst smaakte nog nooit zo heerlijk als nu. Ik weet niet hoe snel ik het met mijn rechterhand naar binnen moet krijgen. Het zwakke licht van de petroleumlamp weerkaatst in twee grote doordringende ogen die ons onafgebroken aanstaren. Een Maasaikrijger is het hutje van Laila binnengekomen en is in een hoekje naast de tafel gaan zitten. Even later verschijnt er nog een lange slanke gestalte in de deuropening. Ik kan eigenlijk geen pap meer zeggen en ik moet moeite doen m'n hersenen tot Swahili spreken aan te zetten. Toch hebben we een gezellig gesprek met hen voor we gaan slapen. Laila staat erop haar bed aan ons af te staan. We kunnen protesteren wat we willen maar het helpt geen zier. Ze gaat samen met haar dochtertje op een matras op de grond slapen. Het kleine meisje verbergt zich de hele avond al in mama's schoot, zo bang is ze voor deze twee witte mensen!

De volgende dag vertrekt Laila voor dag en dauw naar Arusha en wij blijven alleen in haar hut achter. We mogen blijven zolang als we willen. De unieke situatie dringt nauwelijks tot ons door, maar we genieten er met volle teugen van. De reden van ons bezoek aan Engaruka is een oude verlaten stad die ongeveer vijfhonderd jaar geleden bewoond werd door een paar miljoen Iraqw; een stam die tegenwoordig in de omgeving van Karatu leeft. Het is niet duidelijk waarom zij de stad destijds hebben verlaten, het is mogelijk dat de Maasai de Iraqw hebben verdreven maar niemand weet er het fijne van. De Maasai profiteren nu in ieder geval duidelijk van het ingenieuze irrigatiesysteem dat diezelfde Iraqw hier eeuwen geleden hebben aangelegd: zoveel fris groen is bijna onwerkelijk in zo'n dorre omgeving! Laila's broer vergezelt ons naar de ru´nes, een wandeling van een paar kilometer. We zien overblijfselen van huizen en graven en stenen zover we kunnen kijken. In Kolo kwamen we er al achter dat slangen dol zijn op dit soort rotsachtige gebieden en ook hier stokt de adem in m'n keel als de broer van Laila als door een wesp gestoken wegrent en roept dat we moeten maken dat we wegkomen... De angst geeft me vleugels en binnen een mum van tijd sta ik bovenop de hoogste rots die ik zo snel kon vinden. Na dit angstaanjagende voorval verstijf ik bij ieder verdacht geritsel. Drie slangen in een paar dagen tijd vind ik voorlopig wel genoeg en we besluiten terug te gaan naar het dorp.

"Mtarudi lini?" Niet de vraag ˇf we terugkomen naar Engaruka maar wannÚÚr. "Labda tutarudi". Misschien komen we terug. De Maasaivrouw naast mij in de bus slaakt een verontwaardigd kreetje. Ik weet Úcht niet of we ooit nog terugkomen in Engaruka. Er zijn nog zoveel onontdekte plaatsen waar het net zo fantastisch moet zijn als hier. In gedachten ben ik alweer bij ons volgende reisdoel: de Samburu in het noorden van Kenya. Heel misschien zit er zelfs wel een weerzien met Lake Turkana in!

TERUG NAAR INDEX


 
Afrikaverslaving.nl © Josine van der Wal 2006-2009 Laatste update: 30 december 2008