LAKE TURKANA, KENYA '02








 

 


Turkana: woest en ledig (8)

Hete wind blaast met enorme kracht de jeep in en het lijkt wel alsof de hitte hier een climax bereikt heeft. De weg is definitief weg en in plaats daarvan moeten we zwart lavagesteente trotseren, willen we ons einddoel bereiken. Een aantal Turkana's in de verte is het eerste teken van leven na deze vermoeiende reis door niemandsland.

De jeep bonkt en schudt aan alle kanten als we de top bereiken van een heuvel. Plotseling houdt de hoogvlakte op en ik kan mijn ogen niet geloven. Daar beneden ligt Lake Turkana als een enorme, blauwgroene deken, als iets dat hier niet thuis hoort. Zoveel water in deze ongelofelijke woestenij waar alles wat een poging doet te leven door de zon verschroeit wordt? John Hillaby noemde Lake Turkana in zijn boek de Jade Sea. Jadegroen - een betere omschrijving voor de kleur van het water is er niet. De aarde was woest en ledig. Zou het begin van de wereld er zo uit hebben gezien?

Loyangalani
Voorzichtig dalen we af. We rijden langs het meer verder naar Loyangalani, een oase waar behalve de Turkana ook de Samburu en Rendille wonen. Het dorp ontstond in 1960, toen Italiaanse missionarissen zich hier vestigden en een airstrip werd aangelegd. Mosaretu Camp is onze slaapplaats de komende twee nachten, een soort minicamping die wordt beheerd door een groep vrouwen. Mosaretu is de afkorting van de stammen waaruit deze vrouwen afkomstig zijn; 'Mo' van de El Molo, 'Sa' van de Samburu, 'Re' van de Rendille en 'Tu' van de Turkana. Een van de rieten hutjes fungeert als keuken en binnen een mum van tijd heeft Sammy zich er geÔnstalleerd met zijn potten en pannen. Opeens word ik overvallen door de hitte en laat me ergens neer ploffen. Ik voel me slap, zweverig en misselijk. Drinken, drinken, drinken. Het staat me tegen maar toch doe ik het. De temperatuur kan hier oplopen tot vijftig graden in de schaduw. Ik kruip ons hutje in en val languit op het matras neer. Gewoon helemaal niks doen is nu het beste. Een uurtje later komt Sammy aanzetten met dampende pannen: de lunch. Een warme maaltijd is nu wel het laatste waar ik aan moet denken. Alleen de overheerlijke en superverse salade krijg ik naar binnen. Sorry Sammy..!

Verweerd gelaat
Als we in de schemering een wandeling maken naar Lake Turkana, voel ik van alle kanten nieuwsgierige ogen in m'n rug priemen. Turkanavrouwen zitten in groepjes bij elkaar. Ze dragen kralenkettingen die reiken tot aan de kin en een simpele lap stof, bruin of rood, als kledingstuk. De oudere, meer traditionele vrouwen dragen een leren dierenhuid, bewerkt met kralen en schelpen. Ogen liggen diep in de kassen, hoge jukbeenderen vallen op in het verweerde gelaat. Grote aluminium oorringen laten zien dat een vrouw getrouwd is. De zijkanten van het hoofd zijn kaalgeschoren en alleen op het midden zit wat haar dat in vlechtjes op het voorhoofd valt. Andere ideeŽn van schoonheid en een 'ruiger' uiterlijk onderscheiden hen duidelijk van de Samburu of de Rendille.

Krokodillen
Een aantal jongens zijn met ons meegelopen en kletsen aan een stuk door. Het klimaat blijkt een geliefd gespreksonderwerp te zijn. Het heeft hier de laatste vier jaar niet meer geregend! Is het in ons land ook zo warm? Bij een temperatuur onder nul kunnen ze zich niks voorstellen. Een van de jongens neemt een duik in het meer. Een ander schept zijn handen vol met water en neemt er een gretige slok van. "Zijn er hier dan geen krokodillen?" Vraag ik. "Ja wel, maar dat zijn kleintjes en ze doen niks". De zon zakt langzaam in het water. Haar laatste stralen bereiken nog net de hutjes van de Turkana, verspreid op de oevers. Genietend van de zwoele avond lopen we langzaam terug naar het dorp, de volle maan verlicht ons pad.

TERUG NAAR INDEX  |  LEES VERDER...


 
Afrikaverslaving.nl © Josine van der Wal 2006-2009 Laatste update: 30 december 2008