SAMBURU NATIONAL RESERVE, KENYA '02








 

 


Een dagje Mount Kenya en verder naar Samburu (4)

Gekraak van takken en geritsel in het dichte struikgewas doet ons opeens verstijven van angst. Een olifant! Charles, onze gids, is ook geschrokken en gebaart ons muisstil te zijn. Rennen, maak dat je wegkomt! Maar hoe doe je dat zonder geluid te maken?! Olifanten houden namelijk niet van herrie.

We maken ons zo snel en geruisloos als we kunnen uit de voeten. We zijn op de terugweg, dus het pad loopt gelukkig naar beneden. Pas tientallen meters verder, durven we stil te staan en kijken hijgend achterom. Hij is ons niet achterna gekomen! Maar de schrik zit er behoorlijk in. We hadden blijkbaar te vroeg gejuicht. Nog maar een uur geleden zaten we bij te komen van de kou en van de pittige klim en genoten we van een bord hete soep. We waren tevreden; we hadden in redelijke tijd 700 meter geklommen en het eerste camp bereikt, waren geen buffels tegengekomen en geen olifanten. Alleen wat sporen waren het bewijs dat deze gevaarlijke beesten zich wel degelijk schuilhielden in de weelderige vegetatie van de berg. Charles vertelt ons dat de ivoorjacht nog steeds niet volledig is uitgeroeid en met name op Mount Kenya zijn stropers actief. De geur van een mens betekent voor de olifanten dus maar een ding: gevaar! We besluiten niet meer naar de Mau Mau Caves te gaan. Voor vandaag is het welletjes en we willen ook nog een beetje fit zijn voor de pittige week die ons wacht. Ik snuif de frisse berglucht nog maar eens een keer goed in - morgen gaan we zinderende hitte tegemoet.

Isiolo
Schallende radio's, ontelbare stoffige marktkraampjes, hier en daar een moskee, de laatste Barclays Bank en benzinepomp voor reizigers onderweg naar het noorden. We hebben een paar uur gereden en zijn aangekomen in Isiolo. Bijna alle nomadenstammen uit het noorden zijn hier vertegenwoordigd: de Samburu, Turkana, Rendille, de Boran. Maar het zijn vooral SomaliŽrs die het straatbeeld overheersen; mannen met een keppeltje op het hoofd, lange en slanke vrouwen gehuld in sierlijke, kleurrijke gewaden. Met elkaar zorgen zij voor een bonte mengelmoes van mensen. Van alle kanten worden lange armen, behangen met sieraden en handen vol met fruit door de raampjes van onze jeep gestoken. Een uitbundige lach vanachter een felroze sluier, donkere, vragende ogen. "Kijk zelf maar! Zien mijn bananen er niet veel beter uit dan die van mijn overbuurvrouw?!" We kopen wat fruit voor onderweg en laten Isiolo achter ons. Het lijkt wel of na dit levendige stadje alles ophoudt. Het asfalt, de bomen, de bewoonde wereld.

Land van de Samburu
Enkele uren later bereiken we het land van de Samburu. Net als de Maasai is dit een nomadenvolk dat sterk vasthoudt aan tradities. Krijgers zitten onder de bomen, opgetuigd met allerlei kralensieraden en veelkleurige doeken om de heupen gewikkeld. Sommigen hebben een band van kralen en veren op het hoofd. Prachtige mensen. Samburu National Reserve blijkt 'echte bush' te zijn. Hier geen enorme, uitgestrekte savannes zoals in de Masai Mara, maar dichte begroeiing langs de rivier die door het park stroomt. Om deze reden is het lastiger wild te ontdekken, maar wat we zien is schitterend. In dit gebied leven enkele wildsoorten die vrij zeldzaam zijn en alleen in dit gedeelte van Kenya voorkomen; de Reticulated Giraffe, Grevy zebra ('Glevy Zebla' a la Charles die de 'r' niet uit kan spreken) en de Oryx. We komen ze meerdere malen tegen tijdens onze eerste safari door Samburu. Bij de rivier stuiten we op een groep olifanten die ons de doorgang beletten. Een behoorlijk magere leeuwin sluipt er door de bosjes. Paul vertelt ons van de leeuwin die voor de vijfde keer een Oryx-jong heeft geadopteerd en dat het heel goed mogelijk is dat dit de bewuste leeuwin is, omdat ze blijkbaar al lange tijd niet heeft gegeten. We hadden het wonderlijke verhaal inderdaad al in de kranten gelezen. Ik volg haar blik en ontdek verderop een aantal waterbucks. Helaas ruiken ze haar al snel en verdwijnen met sierlijke sprongen in de rimboe.

Plaspot
De tenten van Planet zijn opgezet midden in het park. Alleen een paar bomen en wat bosjes geven het idee van een omheining. Apen rennen rondjes om onze tenten en verdwijnen schreeuwend weer in de bomen. Vogels zingen een lied terwijl de avond valt. Intussen is Sammy nummer drie gearriveerd, onze kok de komende week. Een vrolijke vent die, aan zijn buik te zien, houdt van lekker kokkerellen. Na het eten kunnen we geen hand voor ogen meer zien, maar we willen nog wel graag even toiletteren voor we de slaapzak inrollen. Volgens Paul kunnen we makkelijk door het donker naar de toiletten lopen, houten hokjes even buiten ons kampement. Zolang we onze zaklampen maar aan houden, houdt dat het wild wel op afstand. Toch zijn we er niet gerust op en zijn binnen no-time weer terug bij de tenten. Voor de komende nacht doen we het anders. We snijden van een 5 liter waterfles de bovenkant eraf en hebben een prima plaspot voor het geval dat. Ik ben bijna onder zeil als ik opeens het onmiskenbare gebrul van een leeuw hoor. De roofdieren hebben honger. Wat ben ik blij met onze plaspot...!

TERUG NAAR INDEX  |  LEES VERDER...


 
Afrikaverslaving.nl © Josine van der Wal 2006-2009 Laatste update: 30 december 2008