OVERNACHTING BIJ NOMADEN, SOMALILAND '03



 

 


Terug naar EthiopiŽ (8)

De volgende ochtend laten we één van onze jeeps noodgedwongen achter in de woestijn. Hij heeft nog maar drie wielen in plaats van vier, en dat is lastig rijden. Na een paar uur stoppen we bij een dorpje. Vrouwen zijn bezig met potten en pannen op het vuur en we krijgen een heerlijke kop thee met melk en veel suiker. In Br'o stoppen we bij een drie-sterrenhotel waar we in sneltreinvaart (we hebben nog heel wat kilometers voor de boeg) een kostelijke lunch naar binnen werken; geitenvlees, salade, patat en spaghetti en fruit als toetje. Na een week water en brood is dit werkelijk een traktatie. Bij de wastafels schrikken we van ons spiegelbeeld en schrobben we de dikke laag stof van onze lijven. Ook van het toilet wordt gretig gebruik gemaakt. Inmiddels heeft Ahmed een nieuwe auto voor ons geregeld, ter vervanging van de achtergelaten jeep. Het rijden over asfalt is een overweldigende ervaring.

Laat in de avond komen we aan bij de grens van EthiopiŽ. Het is er stikdonker, verlaten, koud en nat. De grensovergang blijkt enkele uren geleden gesloten te zijn. Ahmed is niet onder de indruk en licht de grenswachter van z'n bed. Een touwtje wordt neergelaten en het volgende moment staan we op Ethiopisch grondgebied. Onze rugzakken hevelen we over in een gammele bus en we nemen afscheid van Ahmed. Hij is geroerd, en dat zijn wij ook. Dereji, onze Ethiopische gids, zou ons hier opwachten, maar hij is in geen velden of wegen te bekennen.

Vlak voor Jigjiga komen we urenlang stil te staan. Een bus blanken uit Somaliland is blijkbaar verdacht genoeg om aan een grondig onderzoek te onderwerpen. Zonder Ahmed met zijn connecties blijken we machteloos en overgeleverd aan de autoriteiten. Gingen we in SomaliŽ door voor een delegatie van de VN, hier moeten we opnieuw leren onderdanig te zijn en vooral veel geduld te betrachten. Maar we zijn versleten, koud tot op het bot, en het intimiderende gedrag van de EthiopiŽrs zorgt voor irritatie. Een in donkere regenjas gehulde ambtenaar stapt druipend de bus in en eist in het Amhaars onze paspoorten. Hij verdwijnt ermee in de stromende regen. We rijden rondjes voor de poorten van de stad en halverwege stapt er weer een EthiopiŽr de bus in. Hij vertrouwt het zaakje blijkbaar ook niet, loopt zwijgend de bus door en zijn ijzige blik bezorgt me rillingen. Het is al middernacht geweest als we uiteindelijk onze paspoorten terugkrijgen en op weg kunnen naar ons guesthouse in Jigjiga. De regen heeft er een onvoorstelbare blubberzooi veroorzaakt en we glibberen de straat over. Daar staat een ongeruste Dereji ons op te wachten. We hangen de natte spullen aan de waslijn en rollen ons bed in.

TERUG NAAR INDEX


 
Afrikaverslaving.nl © Josine van der Wal 2006-2009 Laatste update: 30 december 2008