SOMALILAND '03



 

 


Te gast bij Ahmed in Hargeisha (3)

Het hele grensgebied is één grote, losgeslagen bende. Overal slingert afval in het rond en in de stekelige struiken langs de kant van de weg wapperen honderden gele, blauwe, witte en roze plastic zakjes, erin geblazen door de harde wind die hier continu aanwezig lijkt te zijn.

We verwisselen de busjes voor jeeps en laten Dereje, onze sympathieke Ethiopische gids, bij de grens achter. Al dagen heeft hij last van een hardnekkig abces in de buurt van zijn zitvlak en de afgelopen kilometers moeten een verschrikking voor hem zijn geweest. We binden hem op het hart naar het ziekenhuis te gaan in Jijiga en hij probeert een zwakke glimlach tevoorschijn te toveren op zijn van pijn vertrokken gezicht. "Yes yes, I will do, I will do, don't worry." En weg is hij, opgelost in de menigte van mannen die inmiddels is toegestroomd om deze vreemdelingen stilzwijgend en uitgebreid op te nemen. Ahmed verzamelt onze paspoorten, verdwijnt ermee in een kantoortje langs de kant van de weg en tien minuten later prijkt er een vaag stempel in ieders paspoort: 'Entery' met een originele extra 'e' en de datum van vandaag, maar de naam 'Somaliland' ontbreekt.

Delegatie van de VN
Ahmed Yousuf is onze nieuwe gids in Somaliland. Hij is een vermogend en belangrijk zakenman met aardig wat invloed en zo nu en dan maakt hij daarvan handig gebruik. Tegen de autoriteiten verkondigt hij bijvoorbeeld dat we een delegatie zijn van de Verenigde Naties en één nonchalante handbeweging is voldoende om ons door iedere wegblokkade te loodsen. Strenge militairen veranderen op slag in vriendelijke jongens en met een brede lach en een zwaai wordt het touwtje dat over de weg hangt voor ons neergelaten. Een beetje verdwaasd van alle gebeurtenissen van het afgelopen uur kijk ik vanuit het raampje van de jeep naar buiten. We vliegen met 120 kilometer per uur over het asfalt en kale vlaktes, droge rivierbeddingen en nomadendorpjes schieten voorbij.

Hargeisha
De bevolking van Somaliland bestaat voor vrijwel honderd procent uit moslims en dat is duidelijk te zien in Hargeisha, de hoofdstad van het land. Vrouwen lopen gesluierd over straat en zelfs de kleinste meisjes zijn gehuld in burka's die alleen hun gezichtjes vrij laten. Het zijn net levende poppen. Het lijkt wel of men alle herinneringen aan de vreselijke oorlog heeft willen wegkwasten met de vrolijke gele en blauwe tinten waarmee de huizen zijn beschilderd. Mannen zitten aan de overkant van de weg op plastic stoeltjes met elkaar te praten, of luisteren naar een draagbare radio die op een tafeltje is neergezet. Kinderen komen voorzichtig stukje bij beetje dichterbij en stuiven gillend weer uit elkaar. Voorbijgangers vertragen een moment hun pas en blijven stiekem omkijken terwijl ze weer verder lopen en dan nóg 's omkijken. Als ik ze groet, draaien ze zich om en verschijnt er een brede lach vanachter een sluier of op het gezicht van een oude, gerimpelde man. Sommigen steken na hun observaties de straat over en brengen gedetailleerd verslag uit aan vrienden en kennissen die het allemaal wat minder goed kunnen zien. Tientallen verwonderde en nieuwsgierige gezichten die ons vanaf de overkant van de weg aanstaren zijn het gevolg. Ezeltjes met bepakking draven voorbij, een eigenwijze kameel verspert de weg, de stadsbus komt pepperend aangereden en nieuwe auto's en grote jeeps worden door de drukke straten gemanoeuvreerd. Achter de spiegelende raampjes zitten dikke, rijke Somaliërs met zonnebrillen en mobiele telefoons. Ze doen me onwillekeurig denken aan Ahmed.

Wierook en zweetvoeten
We hebben ons neergevleid op de zachte, roze kussens die op de vloer liggen en staren een beetje voor ons uit, bedwelmd door de indringende geuren van wierook en zweetvoeten, vermoeid en vertraagd door de benauwde warmte. Enige vorm van ventilatie ontbreekt en mijn hele lijf is nat van het zweet. Een roze gloed hangt in het vierkante vertrek, veroorzaakt door de knalroze en bordeauxrode gordijnen van satijn die vanaf het plafond tot op de vloer reiken en het zonlicht filteren dat door de kleine ramen naar binnen valt. De zitkamer van het huis van Ahmed ademt sfeer, luxe en welvaart. Een groot oosters tapijt ligt op de grond en op het midden ervan is een dienblad klaargezet met glazen erop en thermoskannen vol met de kostelijke, zoete Somalische thee.

Qat en Cola
In deze sfeervolle ambiance krijgen we gelegenheid Ahmed wat beter te leren kennen. Dat zou andersom ook voor Ahmed kunnen gelden, ware het niet dat hij continu het hoogste woord heeft. Je kunt best tegen hem praten, maar de kans is groot dat hij middenin je verhaal opeens over iets anders begint of, sterker nog, je totaal lijkt te negeren. Je mond blijft dan halverwege je zin openstaan en in vertwijfeling zak je terug in de kussens. Ook zijn mobieltje kan opeens de bedrieglijke rust verstoren en een oorverdovende conversatie doet je oren klapperen. Op de zeldzame momenten dat Ahmed zijn mond houdt, heeft hij het druk met het kauwen van Qat; volksverslaving nummer één in Somaliland. Qat is een lichte drug die stimuleert, tongen losmaakt en de geest helder. Iedere dag komen er vanuit Ethiopië onvoorstelbare hoeveelheden Qat het land binnen en de omzet in Hargeisha bedraagt, als we Ahmed moeten geloven, maar liefst 150.000 dollar per dag. Een plastic zakje met Qat ligt voor hem op de vloer en een flesje Cola staat binnen handbereik. Daarmee spoelt hij het bittere sap weg dat bij het kauwen vrij komt. Met de grootste zorgvuldigheid worden de beste blaadjes uitgekozen en plechtig afgebroken. De kaalgeplukte takjes belanden naast hem op de vloer.

Engerd
De gordijnen worden opzij getrokken en een vriend van Ahmed komt de zitkamer binnen. Hij gaat zitten, spreidt een bundeltje qat voor zich uit op de vloer en begint te praten, terwijl het ene groene blaadje na het andere in zijn mond verdwijnt. Ahmed tettert er vrolijk doorheen maar de kleine man laat zich niet ondersneeuwen en vraagt hem vriendelijk zijn mond te houden als hij aan het woord is. Ze kennen elkaar blijkbaar langer dan vandaag. Zijn naam is Ahmed Azar en we moeten weten dat dat 'Leeuw' betekent. Op onze vraag of hij getrouwd is en kinderen heeft, antwoord hij: 'in ieder geval zes en waarschijnlijk nog wel meer in de landen waar ik geweest ben.' De qat is hem kennelijk nu al naar het hoofd gestegen. Zijn oogjes glimmen en houden mijn blik uitdagend vast. Wat een engerd.

Na verloop van tijd wordt er minder gepraat en zelfs Ahmed valt stil. Het zweet staat op zijn voorhoofd en met zijn grote, bolle ogen zit hij naar de grond te staren. Zijn voorraad qat is uitgeput en de euforiserende werking is voorbij. Ook wij vallen bijna in slaap. Eén van de vertrekken van het huis is leeggemaakt en daar rollen we onze matjes uit. We passen er niet met z'n veertienen in, dus de rest van de groep slaapt op de gang. De jongens liggen als rozen op de roze kussens van de zitkamer.

TERUG NAAR INDEX  |  LEES VERDER...


 
Afrikaverslaving.nl © Josine van der Wal 2006-2009 Laatste update: 30 december 2008